|
(Ga met de muis op een versverwijzing staan, dan ziet u de tekst, ga met de muis op een groen woord staan, dan ziet u de betekenis)
DE STRUCTUUR VAN HET BOEK JESAJA
1:2-5:30. | |
Aansporingen - berispend - profetisch. |
6:1-13. | | De stem uit de tempel - de verstrooiing. |
7:1-12:6. | | Historisch - gebeurtenissen en profetieën (Achaz). |
13:1-27:13. | | Lasten - afgewisseld met Israëls zegeningen. |
28:1-35:10. | | Weeën - afgewisseld met JAHWEH's heerlijkheden. |
36:1-39:8. | | Historisch - gebeurtenissen en profetieën (Hezekiah). |
40:1-11. | | De stem uit de wildernis - de inzameling. |
40:12-66:24. | | Aansporingen - belovend - profetisch. |
1 Het visioen van , zoon van , dat hij waarnam over en in de dagen van , , , , koningen van .
2 Hoort, hemelen en geef gehoor, aarde, want JAHWEH spreekt: Zonen bracht Ik groot en verhoogde Ik, maar zij overtraden tegen Mij.
3 De stier kent zijn eigenaar en de ezel de voerbak van zijn bezitters, maar Israël kent Mij niet; Mijn volk beschouwt niet zorgvuldig.
4 Wee, natie die zondigt, volk dat zwaar is van verdorvenheid! Zaad van kwaaddoeners! Zonen die verderf brengen! Zij verlieten JAHWEH, zij versmaadden de Heilige van . Zij zijn vervreemd, achteruit gaand.
5 Waarom zouden jullie nog geslagen worden? Jullie voegen koppigheid toe! Heel het hoofd heeft een ziekte en heel het hart is onwel.
6 Vanaf de zool van de voet tot het hoofd is er in hem geen heelheid. Verwonding en striem en rauwe slag. Zij worden niet uitgedrukt en zij worden niet verbonden, en geen er van wordt verzacht met olie.
7 Jullie land is een troosteloosheid, jullie steden zijn met vuur verbrand. Jullie grond, voor jullie ogen eten vreemden haar. En het is een troosteloosheid, als een onderstebovenkering door vreemden.
8 En de dochter van wordt achtergelaten als een hut in een wijngaard, als een nachthut in een komkommerveld, als een stad die belegerd wordt.
9 Tenzij JAHWEH van legermachten ons een weinig overlevenden doet resteren, zouden we zijn als , zijn wij gelijkend op .
10 Hoort het woord van JAHWEH, aanvoerders van , geeft gehoor aan de wet van onze Elohim, volk van !
11 Waarom is er voor Mij de veelheid van jullie slachtoffers? JAHWEH zegt: Ik ben verzadigd van de opstijgoffers van rammen en van het vet van mestvee. En naar het bloed van jonge stieren en mannetjeslammeren en bokken verlang Ik niet.
12 Want jullie komen om voor Mijn aangezicht te verschijnen. Wie zocht dit uit jullie hand, Mijn hoven te vertreden?
13 Jullie zullen niet voortgaan met het brengen van een vruchteloos erkenningsoffer. Wierook? Het is voor Mij een afschuwelijkheid! Nieuwe maan en sabbat, het roepen van een bijeenkomst. Ik kan wetteloosheid en de dag van vrijheidsbeperking niet verdragen.
14 Mijn ziel haat jullie nieuwe manen en jullie afgesproken tijden. Zij zijn voor mij tot een zware last. Ik ben vermoeid van het dragen.
15 En wanneer jullie je handpalmen uitspreiden, zal Ik Mijn ogen voor jullie onduidelijk maken. Zelfs wanneer jullie gebed vermeerderen, zal er bij Mij geen gehoor zijn. Jullie handen zijn vol van bloed.
16 Wast je, zuivert jezelf, neemt het kwaad van jullie handelingen weg van tegenover Mijn ogen! Ziet er van af kwaad te doen!
17 Leert goed te doen, raadpleegt oordeel. Maakt de verzuurde gelukkig! Spreekt recht voor de wees! Voert een rechtszaak voor de weduwe!
18 Komt, alstublieft, en wij corrigeren, zegt JAHWEH. Indien jullie zonden zijn als scharlaken, ze zullen wit worden als de sneeuw. Indien zij rood zijn als de karmozijn, ze zullen worden als de wol.
19 Indien jullie willen en jullie luisteren, zullen jullie het goede van het land eten.
20 Maar indien jullie weigeren en jullie rebelleren, zullen jullie door het zwaard verslonden worden, want de mond van JAHWEH sprak het.
21 Hoe werd ze tot prostituee, de ommuurde stad die betrouwbaar was? Ze was vol van oordeel en rechtvaardigheid overnachtte in haar; en nu: moordenaars!
22 Jullie zilver werd tot metaalschuim, jouw zware wijn werd verknoeid met water.
23 Jouw oversten zijn koppig en deelgenoten van dieven. Zij allen hebben het omkopingsgeschenk lief en jagen betalingen na. De wees spreken zij geen recht en de rechtszaak van de weduwe komt niet tot hen.
24 Daarom zegt de Heer JAHWEH van legermachten, de Stoere van met nadruk: Wee!, Ik zal Mijzelf troosten over Mijn benauwers en Ik zal Mijzelf wreken op Mijn vijanden.
25 En Ik doe Mijn hand op jou terugkeren en Ik zal jouw metaalschuim louteren als het zuivermiddel en Ik zal al jullie tinlegeringen wegnemen.
26 En Ik zal jouw rechters doen terugkeren, zoals in het eerst, en jouw raadgevers, zoals bij aanvang. Daarna zal jij stad van rechtvaardigheid en de ommuurde stad genoemd worden, betrouwbaar zijnde.
27 zal in oordeel vrijgekocht worden en haar teruggekeerden in rechtvaardigheid.
28 Maar er zal een tezamen verbreking van overtreders en zondaren zijn, en die JAHWEH verlaten zullen beëindigd worden.
29 Want zij zullen beschaamd staan vanwege de eiken, die jullie begeerden, en jullie zullen te schande gemaakt worden vanwege de tuinen die jullie kozen.
30 Want jullie zullen zijn als de terebint van wie het blad verwelkt is en als de tuin waarin geen water is.
31 En de beveiligde zal zijn als vlasdraad en zijn tot stand brenging tot vonk, en men zal hen beiden tezamen verteren. En er is niemand die uitdooft.
Terug naar de indexpagina
Naar Jesaja 2
|
|